Che als pop-icoon

Hoewel er dus al eerder posterversies bekend waren van de Korda-foto is de bekendste posterversie van Che echter afkomstig Pop-Art kunstenaar Jim Fitzpatrick. Deze versie was volgens Fitzpatrick de eerste Che-poster die op grote schaal in Europa werd verspreid, nog voor de Feltrinelli-poster. Hij claimt dan ook zijn Korda-foto te hebben gekregen van Jean-Paul Sarte via de Provo-beweging, maar voor beiden beweringen is geen sluitend bewijs. De beroemde Che-poster is een abstrahering van de Korda-foto, waarbij schaduwen en volume zijn verdwenen en de belangrijkste kenmerken en belijning van de foto zijn uitgevoerd als zwarte vormen die gemakkelijk gezeefdrukt kunnen worden tegen een platte gekleurde achtergrond. Gebruikmakend van de technieken en kenmerken die Andy Warhol in zijn werk heeft geperfectioneerd is Fitzpatricks werk een echt Pop-Art werk te noemen.

De icoonwerking van het werk werd extra versterkt door de zogenaamde celebrity-cultuur die tegelijk met Pop-Art opkwam. Kunstcriticus Jonathan Green stelt dat niet alleen de uitvoering, maar ook het concept van Pop-Art belangrijk was in de iconisering van Che: ‘Pop-Art is a rejection of traditional figuration, rethoric and rendition. It’s egalitarian anti-art stance was the perfect corollary for Che’s anti-establishment attitude’ (Ziff 2006: 75). Fitzpatrick zegt zelf over zijn ontwerp: “I deliberately designed it to breed like rabbits” (Ziff 2006: 27). De Korda-foto werd hiermee tot een karikatuur, ontworpen voor snelle en gemakkelijke reproductie en onmiddellijke herkenning.

Afbeelding D Che. 1968. Jim Fitzpatrick, Ierland.

Het is dan ook in deze tijd dat een wildgroei aan verschillende adaptaties ontstond en nog steeds voortduurt. Iedereen is vrij om zijn/haar eigen ontwerp toe te voegen, om op die manier zijn of haar mening of herinnering kenbaar te maken aan het publiek. De afbeeldingen en teksten zijn constant in ‘beweging’, waardoor de kijker en de ontwerper actieve deelnemers aan het herinneringsdiscours zijn. Dit proces kan worden geanalyseerd met de term hermediatie. Hermediatie is in de woorden van Bolter en Grusin het feit dat bestaande media gebruik maken van elkaar en elkaar beïnvloeden wat tot een constante kruisbestuiving van representaties leidt (Bolter & Grusin 1999). McLuhan stelt dan ook: ‘ieder medium is de inhoud van een ander medium’ (McLuhan 2001: 14, 15). De betekenis zit dus niet zozeer in de boodschap , maar in het medium zelf: ‘the medium is the message’ (Idem: 10). Het medium is een actieve instantie die de manier van herinnering beïnvloedt doordat het ‘shapes and controls the scale and form of human association and action’ (Idem: 9). Om dit duidelijk te maken zal ik dit analyseren in de termen immediacy en hypermediacy.

In de hermediatie van de icoon Che zijn zowel processen van immediacy als hypermediacy te herkennen. Door de iconisering van Che en zijn universele herkenbaarheid kan de kijker zich onmiddellijk overgeven aan een proces van identificatie. Hierdoor vindt immediacy plaats. Dit wordt versterkt door de toegepaste abstrahering: Che kan een symbool voor iedereen zijn ongeacht huidskleur of geslacht. Bovendien worden in veel adaptaties van de Fitzpatrick-poster ook slogans van Che gebruikt of wordt verwezen met symbolen naar de Cubaanse cultuur om zo een gevoel van authenticiteit te creëren.

De hermediatie van Che bestaat echter voornamelijk uit hypermediacy. Het gebruik van verschillende media in de hermediatie, attendeert de toeschouwer op het feit dat de beelden gemediëerd en geconstrueerd zijn. Ook de grote mate van interactiviteit in de adaptaties van de Fitzpatrick poster duidt op hypermediacy. Hierdoor belichaamt de hermediatie van Che op McLuhiaanse wijze de trekken van het medium internet: de interactiviteit en copy/paste mentaliteit. In de adaptaties van de Fitzpatrick poster valt zelf ook hypermediacy te ontdekken doordat er commentaren op de hedendaagse maatschappij aan te zijn gevoegd. Hermediatie van de adaptaties heeft hetzelfde effect. De adaptaties zijn namelijk op in verschillende media te vinden; niet alleen op de poster, maar ook op internetsites en dus in verschillende contexten. Dit dwingt de kijker om een kritische blik op de context te werpen en wordt deze bewust van het feit dat hij/zij met ge(her)mediëerd materiaal werkt.

Fitzpatrick distribueerde honderden posters om te voldoen aan de vraag van politieke groepen binnen Ierland, Spanje, Frankrijk en Nederland (Ziff 2006: 20). Hij creëerde met zijn Pop-Art Che dus niet alleen een nieuwe context, maar ook een nieuw publiek. In deze jaren was Europa het toneel van studentenopstanden, van de Praagse Lente tot mei 1968 in Parijs. Hét medium van het verzet was de poster vanwege de reproduceerbaarheid en Che was in combinatie met het medium poster dat op zichzelf al een icoon was voor het verzet, een dankbaar onderwerp. Van een beeltenis die direct gelieerd is aan Cuba en haar revolutie, veranderde Che in een symbool voor politieke ideologieën,verandering en de bevrijde jeugd in de jaren 60: ‘People wanted change, disruption and rebellion and he became a symbol of that change’ (Ziff & Lopez 2008). Kunsthistoricus David Kunzle stelt dan ook dat de icoonstatus van Che tijdens deze periode, door de combinatie van Pop-Art, de celebrity-cultuur en de jeugdbewegingen, definitief een feit werd (Ziff 2006: 26). Nick Bell stelt zelfs dat deze combinatie van eigenschappen onontbeerlijk was voor de iconisering: ‘Had Che Guevara been murdered in the airbrushed ‘70s his face might not have made such a lasting, iconic image’ (Ziff, 2006: 42).

De fragmentatie en diversiteit aan verschijningsvormen heeft een fragmentatie aan betekenissen ten gevolg. In de woorden van Luis Lopez, regisseur van Chevolution: ‘What’s interesting to me is that there’s this open source where no one really specifically controls it. And it keeps changing and remodifying. It becomes this open vessel that’s constantly evolving without one person or group really dictating where it goes’ (Reiter, 2008). Met de adoptie van Guerrillero Heroico door de celibrity-cultuur van Pop-Art begint het icoon Che tot het publieke domein te behoren.

Een greep uit de vele Pop-Art en studentenrevolutie adaptaties:

Afbeelding E ‘Warhol Che’, 1968. Gerard Malanga, Italië


Afbeelding F – Shut it down!, 1969. Artist Unknown. Student strike poster


Afbeelding G Day of the Heroic Guerilla Fighter, 8 oktober 1968. Elena Sarrano, Cuba.


Afbeelding H Che Si, 1967. Roman Cieslewicz, Frankrijk.

Het publieke domein is volgens Jürgen Habermas een gemediëerde ruimte waarbinnen publieke opinie wordt gevormd. Hierbij is de functie van de media het bieden van verschillende perspectieven (Drotner 2005). Hierdoor vindt een democratisering van de publieke ruimte plaats: de burger wordt in staat gesteld zijn mening te delen met anderen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming (Habermas 1974). De publieke sfeer vormt zo een medium tussen de maatschappij en de staat. De icoon Che wordt in de woelige jaren zestig veelvuldig ingezet voor allerlei politieke doeleinden en bewegingen en dient zo als ‘plek’ voor visueel, democratisch debat.

McGuigan geeft drie mogelijkheden waarop een dergelijk debat plaats kan vinden; volgens onkritisch populisme, radicale subversie en kritische interventie. Onkritisch populisme gaat uit van de kracht van amusement, populaire cultuur en consumentisme in combinatie met democratie, kortom: de meerderheid beslist. Radicale subversie is hier het tegenovergestelde van; hierbij gaat het om het creëren van sociaal en politiek bewustzijn en verandering op radicale wijze. Kritische interventie is een combinatie van deze twee; kritische analyses en meningen worden op een speelse manier onder de aandacht gebracht (McGuigan 2005: 436-439). De manier waarop het icoon Che in de publieke ruimte wordt geponeerd kan tot de kritische interventie worden gerekend. Er worden namelijk van de ene kant populaire media ingezet, zoals posters en graffiti, maar de meeste boodschappen zijn wel sterk politiek geëngageerd, expressief en maatschappijkritisch; waardoor er sprake is van radicale subversie. Het delen van verleden, individuele gebeurtenissen en ervaringen aan de hand van media, maakt het publieke gesprek waardevol. Dit delen ontwikkelt intimiteit bij het publiek en het versterkt onderlinge, sociale banden: “the self meets the social” (Van Dijck 2007: 3).

Ga verder naar: Het merk Che

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s