BEGRIPPENLIJST

Aura
Term uit de theorie van Walter Benjamin (1935) die stelt dat producten in de beeldcultuur waarin alles gemakkelijk kan worden gereproduceerd hun functionele identiteit en hiermee hun authenticiteit hebben verloren. Benjamin stelt dat zelfs de meest perfecte reproductie één ding mist, namelijk de authenticiteit en originaliteit oftewel ‘de unieke bestaansplaats in tijd en ruimte’. Hij noemt dit een verlies van aura; het enige wat een reproductie niet kan reproduceren.

Beeldverhaal
Een geëvolueerde versie van de strip. Er is meer ruimte om zowel visueel als inhoudelijk de diepte in te gaan. Beelden zijn niet altijd gelijk van formaat, karakters maken een ontwikkeling door en ook de onderwerpen laten steeds meer complexiteit zien. (Tabachnick 1993)

Biopic
Een film die het leven van een bestaand persoon vertelt. Engelse samentrekking van biographical en picture.

Bricolage-technieken
Zie pastiche.

Coming of age-film
Filmgenre waarin één of meerdere jonge hoofdpersonages aan het einde van het verhaal een proces van volwassenwording hebben doorgemaakt.

Commodity, commodification
Van oorsprong een Marxistische term. Commodification is het proces waardoor materiële objecten in consumptieartikelen met een geldelijke (exchange) waarde. (Sturken&Cartwright 2001: 251)

Consummate modernity
Een term uit de theorie van de Franse filosoof Gilles Lipovetsky over de postmoderne samenleving. Hij karakteriseert deze samenleving als een samenleving waar alles draait om consumptie en waar ook alles geconsumeerd kan worden.

Context van de productie
Deze term behoort tot een driedeling van Bill Nichols. Documentaires bestaan uit de context van de productie, de tekst en het publiek. De context van productie heeft betrekking op de makers van een documentaire en op de conventies en discoursen waarin ze opereren (Roscoe & Hight 2001).

Cultureel geheugen
Het cultureel geheugen bevindt zich op het grensvlak tussen individuele herinneringen en de geschiedenis zoals die is opgetekend in boeken. Het is een abstract begrip omdat het geheugen van een cultuur nooit eenduidig kan zijn; het is opgebouwd uit tal van collectieven met hun eigen discours. Elk collectief strijd ervoor zijn herinneringen in het culturele geheugen opgenomen te zien. Hierdoor is het culturele geheugen altijd ‘in de maak’; het is een dynamisch proces dat geen definitieve vorm kent. (Pijnappels 2009)

Expositional mode
Deze term behoort tot de vijf ‘modes of representation’, geïdentificeerd door Bill Nichols, die aangeven op welke manier een documentaire zijn onderwerp benadert. In expositional documentaires wordt meestal de nadruk gelegd op ‘feiten’ en argumenten met als doel de kijker van een standpunt te overtuigen, terwijl de maker volledig op de achtergrond blijft. Daardoor lijkt een expositional documentaire vaak objectief. Tegelijkertijd wordt geprobeerd om de documentaire spannender te maken door het gebruik van stilistische middelen die normaliter vaak in fictie in worden gezet (Roscoe & Hight 2001).

Habermas
Een Duitse filosoof en socioloog die vooral bekend is geworden met zijn theorie over de publieke sfeer. Het publieke domein is volgens Jürgen Habermas een gemediëerde ruimte waarbinnen publieke opinie wordt gevormd. Hierbij is de functie van de media het bieden van verschillende perspectieven. Hierdoor is er een democratisering van de publieke ruimte: de burger wordt in staat gesteld zijn mening te delen met anderen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming. De publieke sfeer is een medium tussen de maatschappij en de staat (Habermas 1974).

Halbwachs

Maurice Halbwachs was een Franse socioloog en filosoof die een theorie ontwikkelde over de werking van het concept collectief geheugen. Volgens Halbwachs gaat het niet zozeer om de tijd- , ruimte- of persoonlijke relatie die een persoon heeft met een bepaalde gebeurtenis, maar om de connectie die er plaatsvindt met anderen. De historische figuur of gebeurtenis hoeft de kijker dus niet persoonlijk geaffecteerd hebben om in het culturele geheugen opgenomen te worden. Dit gebeurt namelijk door de sociale band die de kijker voelt. Op basis hiervan kan er ondanks het gebrek aan individuele herinneringen, sprake zijn van individuele en collectieve identiteitsvorming (Wesseling 2005).

Hermediatie
Theoretisch begrip van Bolter en Grusin (1999) dat betrekking heeft op media die formele kenmerken overnemen van andere media, en elkaar zo beïnvloeden wat tot een constante kruisbestuiving van verschillende representaties leidt. Pure media bestaan niet; ieder medium is een hermediatie te noemen, omdat het altijd sporen bevat van-, voortborduurt op- en in dialoog is met- andere media. (Bolter&Grusin 1999) Vandaar ook de uitspraak van Marshall McLuhan: ‘The “content” of any medium is always another medium’ (Mcluhan 2001) Het ene medium is altijd gebaseerd op andere bestaande media. Zo is het getypte woord gebaseerd op het met de hand geschreven woord, en het geschreven woord is op zijn beurt weer gebaseerd op het gesproken woord.

Historische sensatie

“Bijna ekstatische gewaarwording van niet meer mijzelf te wezen, van over te vloeien in de wereld buiten mij, de aanraking met het wezen der dingen, het beleven der Waarheid door de historie.” (Huizinga 1920)

Hypermediacy
Een vorm van mediëring waarbij het medium (bedoeld of onbedoeld) nadrukkelijk aanwezig is en de kijker daardoor uiterst bewust is van de aanwezigheid van het medium. Vormt de tegenpool van immediacy en is onderdeel van de theorie van Bolter en Grusin over hermediatie.

Immediacy
Een vorm van mediëering waarbij het proces van mediatie vervaagt en de kijker zich niet meer direct bewust is van het medium. Immediacy is dan ook te vertalen als transparant of doorzichtig. Vormt de tegenpool van hypermediacy en is onderdeel van de theorie van Bolter en Grusin over hermediatie.

Intertekstualiteit
Het verwijzen van teksten naar andere teksten. Teksten kunnen hierbij opgevat worden in letterlijke zin, maar kunnen ook bestaan uit beelden, advertenties, films, foto’s en kunstwerken. Intertekstualiteit is een typisch kenmerk van het postmodernisme. (Sturken & Cartwright 2001) Wanneer een tekst naar zichzelf verwijst heet dit metatekstualiteit.

Kritische interventie
Begrip uit de theorie van McGuigan (2005) omtrent de vorming van publieke opinie in de openbare ruimte. Kritische interventie is een combinatie vanonkritisch populisme en radicale subversie; kritische analyses en meningen worden op een speelse manier onder de aandacht gebracht.

Lieux de mémoire
Letterlijk vertaald: herinneringsplaatsen, waar de mens in verbinding staat met het verleden. Dit kunnen zowel fysieke als metaforische plaatsen zijn. Tussen 1984 en 1992 zette de Franse historicus Nora een zevendelige serie boeken getiteld Les lieux de mémoire op, waarin ‘plaatsen’ besproken werden die volgens hem een belangrijke rol in het Franse collectieve geheugen spelen.

McGuigan
Theoreticus Jim McGuigan bouwt voort op de theorie van Habermas over de publieke sfeer. McGuigan onderscheidt in culturele publieke sfeer drie manieren waarop in de publieke ruimte debatten gevoerd kunnen worden: onkritisch populisme, radicale subversie en kritische interventie.

Mediated memories
Gemedieerde activiteiten en objecten die door middel van mediatechnologieën geproduceerd en toegeëigend worden, om een gevoel van verleden, heden en toekomst in relatie tot anderen te (re)construeren (Van Dijck 2007). Mediëring en medialisering zijn hieraan verwant.

Memory studies

Memory studies onderzoeken de relatie tussen gebeurtenissen uit het verleden en de manier waarop herinneringen daaraan weerspiegeld zijn in een cultuur.

Memory turn
De koerswijziging die vanaf de jaren negentig heeft plaatsgevonden waarbij het academische debat zich in verschillende disciplines, zoals de cultuurwetenschappen, geschiedenis, film- en mediawetenschappen, toegelegd op het onderzoeken van het proces van herinneren.

Object of fashion
Een term uit de theorie van de Franse filosoof Gilles Lipovetsky over de postmoderne samenleving die hij karakteriseert als een consummate modernity. Een object of fashion is een commodity, een consumptiegoed dat aan de wetten van de mode onderhevig is: desire (verlangen oproepend) en een versnelling van de gebruikscyclus.

Onkritisch populisme
Begrip uit de theorie van McGuigan (2005) omtrent de vorming van publieke opinie in de openbare ruimte. Hierbij gaat onkritisch populisme uit van de kracht van amusement, populaire cultuur en consumentisme in combinatie met democratie, kortom: de meerderheid beslist. Het tegendeel van onkritisch populisme is radicale subversie.

Over the shoulder shot
Een camerapositie waarbij de toeschouwer zelf lijkt mee te kijken over de schouder van een personage in de film; de illusie wordt gewekt dat de toeschouwer zich in de verhaalwereld bevindt, midden in een conversatie of een gevecht. Door deze kunstgreep stijgt het inlevingsvermogen.

Pastiche
Het toe-eigenen van bepaalde stijlen, genres en vormen door de uit hun historische context te halen en ze in een nieuwe context te plaatsen op een ironische en luchtige manier zonder daarmee een kritische boodschap uit te dragen Pastiche is een typisch kenmerk van het postmodernisme (Sturken&Cartwright 2001) en heeft niets met pistachenootjes te maken.

Point-of-view shot
Shot dat het optische standpunt van een personage weergeeft. (Bordwell & Thompson, 2003)

Popart
Een kunstbeweging in de late jaren 50/60 die beelden en materialen uit de populaire massacultuur (televisie, strips, reclame ed) in kunst verwerkte en zo een kritische blik wierp op de verdeling van kunst in zogenaamde hoge en lage kunst (Sturcken & Cartwright 2001)

Postmodernisme
De term ‘postmodernisme’ werd in de jaren zeventig geïntroduceerd en is te beschouwen als een reactie op het modernisme. Terwijl het modernisme op de toekomst gericht was en zich kenmerkte door een vooruitziende blik waarin het positieve idee van vooruitgang centraal stond, kenmerkt het postmodernisme door een terugkijkende, zelfreflexieve blik. Deze zelfreflexieve blik houdt in dat het postmodernisme veelvuldig naar eerdere stijlen of perioden uit de geschiedenis verwijst, waarmee ze op luchtige en ironische wijze een spel speelt. Er wordt hierbij gebruikt gemaakt van intertekstualiteit, pastiche en bricolage-technieken (Sturken&Cartwright 2001).

Publieke domein/sfeer
Het publieke domein is volgens Jürgen Habermas een gemediëerde ruimte waarbinnen publieke opinie wordt gevormd. Hierbij is de functie van de media het bieden van verschillende perspectieven. Hierdoor is er een democratisering van de publieke ruimte: de burger wordt in staat gesteld zijn mening te delen met anderen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming. De publieke sfeer is een medium tussen de maatschappij en de staat (Habermas 1974).

Radicale subversie
Begrip uit de theorie van McGuigan (2005) omtrent de vorming van publieke opinie in de openbare ruimte. Bij radicale subversie gaat het om het creëren van sociaal en politiek bewustzijn en verandering op radicale wijze. Radicale subversie is te beschouwen als het tegenovergestelde onkritisch populisme.

Re-enactment

Het naspelen van historische gebeurtenissen.

Simulacrum
Een beeld verwijst niet meer naar een origineel in de realiteit, maar slechts naar andere beelden. Betekenis en hiërarchie zijn hierdoor geïmplodeerd en beelden zijn hiermee gereduceerd tot lege vormen, beroofd van hun originele betekenis. (Baudrillard, 1988: 4)

Society of spectacle
Term afkomstig van de Franse theoreticus Guy Debord. Een ‘society of spectacle’ staat in zijn theorie voor de hedendaagse consumptiemaatschappij die georganiseerd is rondom de productie en consumptie van mediaspektakels. Kennis ontstaat hierdoor slechts via deze mediatie en realiteit is niet meer direct zichtbaar (Kellner 2005).

Tekst
Deze term behoort tot een driedeling van Bill Nichols. Documentaires bestaan uit de context van de productie, de tekst en het publiek. De tekst heeft betrekking op het filmische materiaal en op stilistische middelen die vaak worden gebruikt (Roscoe & Hight 2001).

Windowed style
Formele karaktereigenschap van het medium internet: verschillende vensters bevinden zich ‘in’ het beeldscherm van je computer, die elkaar kunnen elkaar overlappen en die je groter en kleiner kunt maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s