CONCLUSIE

In onze onderzoeksopzet is de overkoepelende vraag die binnen deze website centraal staat, gesteld: hoe wordt de persoon Che, zijn levensverhaal en de dingen die hij symboliseert, gerepresenteerd in de verschillende media? Kortom: hoe worden de herinneringen aan Che Guevara ge(her)medieerd door het icoon, de film, de graphic novel en de documentaire? In deze conclusie blikken we terug op de belangrijkste bevindingen.

MediCHEted Memories
Een medium is zoals gezegd een handelende actor die bijdraagt aan het proces waarin een wereldbeeld wordt geconstrueerd (McLuhan 2001). Uit de deelonderzoeken is gebleken dat Che op verschillende manieren is gerepresenteerd en gemedieerd; in de film wordt hij op meeslepende wijze neergezet als een jonge, idealistische revolutionair. Dit verschilt echter per film. Documentaires vertellen voornamelijk zijn levensverhaal, inclusief de negatieve kanten. Hierbij wordt geprobeerd met een onderzoekende blik verslag te doen, en zoveel mogelijk feitelijke elementen toe te voegen zodat een objectiever beeld lijkt te ontstaan dan bijvoorbeeld in de film. In de ene graphic novel wordt Che eerder afgebeeld als Batman, terwijl de andere eerder neigt naar een vergelijking met False Face

De onderzochte casussen delen dus geen homogene (her)mediatie van Che, niet eens binnen dezelfde media. Ze vormen de herinnering aan Che allemaal op een unieke manier, en geven slechts één van de vele versies van het verhaal van Che weer. De media helpen het geheugen op te frissen of kunnen een eerste kennismaking met een deel uit de geschiedenis bewerkstellingen, maar vormen eveneens een bedreiging voor de ‘puurheid’ van de herinnering; ‘[media] can free the brain of unnecessary burdens and allow more space for creative activity; as a replacement, they can corrupt memory.’ (Van Dijck 2007:16). Naast het overdragen en in levend houden van herinneringen, gaat er dus ook altijd informatie verloren. De icoon is hiervan een perfect voorbeeld gebleken.

In het deelproject met de icoon als onderwerp is omschreven hoe een enkele foto kan uitgroeien tot een wijdverbreid icoon, dat zich stevig heeft verankerd in het cultureel geheugen. De icoon Che is alomtegenwoordig, maar hier staat tegenover dat de beeltenis in de huidige tijd los is komen te staan van zijn historische context. De icoon is zo vaak gekopieerd en gehermedieerd, dat het beeld betekenisloos is geworden, en is verworden tot een commodity die iedereen zich kan toe-eigenen. In plaats van een symbool voor de Cubaanse revolutie, is de icoon een speelbal geworden van het kapitalisme. Dit is het ultieme bewijs voor het medium als een actieve, vormende factor, in plaats van een onschuldig doorgeefluik.

Het gehermedieerde leven van Che Guevara in de graphic novels, zorgt er net als het iconografische proces voor dat er (ongewild) informatie verloren gaat. In de graphic biography van Jacobson&Colón is meer informatie gestopt dan het medium kan overdragen, wat ten koste gaat van de leesbaarheid. De graphic biography van Rodriguez heeft bewust veel feiten weggelaten, wat ten goede komt aan het narratief en de begrijpelijkheid. Het medium is dus niet geschikt gebleken om veel complexe informatie over te dragen, maar wel voor een eerste kennismaking met het verhaal van Che. De manier waarop het medium is ingezet, evenals de eigenschappen en beperkingen van het medium, bepalen dus de manier waarop de overdracht van herinneringen plaatsvindt.

Een ander medium dat de geschiedenis van de Cubaanse revolutie toegankelijker maakt is de film. Hierbij is eveneens sprake van een hoog niveau van immediacy: we zijn zo gewend aan films dat we ons er graag door laten meeslepen, en we vergeten dat we naar een film aan het kijken zijn. De illusie van een rechtstreekse ervaring wordt opgewekt, waardoor de toeschouwer vergeet dat deze te maken heeft met een medium. Van de onderzochte deelonderwerpen is de film het medium dat de grootste mate van immediacy bereikt. De illusie van transparantheid wordt dus het meeste bewerkstelligd in de film.

De graphic novel is hiervan de tegenhanger, en is het meest hypermediate te noemen. De onderzochte graphic novels scheppen een groter inzicht in de leefwereld en de idealen van Che Guevara, maar de hoge mate van hypermediacy, de nadrukkelijke aanwezigheid van de vorm, is te overheersend om totaal in het verhaal ‘gezogen’ te worden. De graphic novel laat geen herbeleving of intense zintuiglijke ervaring tot stand komen, omdat de hypermedialiteit van het medium groot is. Desondanks kan deze vorm van geschiedsschrijving wél zorgen voor nieuwe inzichten en kan het de geschiedenis toegankelijker maken voor bijvoorbeeld jongere generaties.

Uit de deelonderzoeken is gebleken, dat processen van immediacy en hypermediacy ook vaak tegelijkertijd toepasbaar zijn. Door de iconisering van Che, het geabstraheerde beeld en zijn universele herkenbaarheid, kan de kijker zich onmiddellijk overgeven aan een proces van identificatie. Hierdoor is er sprake van immediacy. Hypermediacy is echter in grotere mate van toepassing, door het gebruik van de icoon in veel verschillende media. Dit attendeert de toeschouwer op het feit dat de beelden ge(her)mediëerd en geconstrueerd zijn. Ook de grote mate van interactiviteit in de adaptaties van de Fitzpatrick poster zorgt voor een grote mate van hypermediacy.

Authenticiteit speelt een belangrijke rol bij het mediëren van herinneringen aan Che Guevara. De media film, graphic novel en documentaire die we aan de hand van eigentijds casussen hebben onderzocht, wekken verschillende verwachtingen op als het gaat om de dosering van feit en fictie binnen het narratief. Ieder medium en iedere casus op zich, lijkt hiermee een spel te spelen. Film is in de eerste plaats een fictief medium, terwijl de documentaire vaak als ‘objectief’ en natuurgetrouw wordt beschouwd.

De paradoxale term ‘graphic biography’, het gebruik van authentieke bronnen in film, en een re-enactment van een bepaalde gebeurtenis in de documentaire, maken echter duidelijk dat de grens tussen feit en fictie steeds meer vervaagt. Naarmate we ons verder in de tijd bewegen en naarmate Che vaker wordt gehermedieerd, wordt het steeds moeilijker te bepalen wat nu eigenlijk een authentieke herinnering is, en wat niet. Toch speelt de claim van authenticiteit een belangrijke rol in alledrie de media, om zo de lezer of toeschouwer naar zich toe te trekken, en immediacy na te streven. De mate van de illusie van authenticiteit hangt dus samen met Hypermediacy en Immediacy. Door de lezer of toeschouwer bewust te maken dat er slechts één van de vele verhalen verteld wordt, en niet de absolute waarheid te claimen, kan de lezer de gemedialiseerde boodschap relativeren en in zekere zin zijn eigen interpretaties erop loslaten. Er is dan sprake van hypermediacy.

De verschillende manieren waarop de media de herinnering aan Che Guevara en zijn plek binnen het culturele geheugen hebben gevormd, zeggen veel over de hedendaagse tijd. De media bouwen voort op andere media, en nemen eigenschappen van elkaar over. Ze zijn dus postmodern eclectisch te noemen vanwege hun eindeloze hermediëring. Deze hermediëring zorgt weer voor interessante en vernieuwende vormen binnen de eigen mediumsoort. Ieder medium geeft in zekere zin zijn eigen artistieke invulling aan het levensverhaal van Che Guevara, en daarmee zijn alle besproken casussen wel degelijk waardevolle aanvullingen op de grote verzameling hermediaties van Che Guevara. Via één enkele manifestatie van een bepaald medium, wordt weer een nieuwe route afgelegd door de herinneringen aan Che, en daarmee blijft het cultureel geheugen altijd in beweging.

CHE END.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s