Over documentaires

Wat zijn de eigenschappen van een documentaire en op welke manier geven ze vorm aan een onderwerp? Om een antwoord op deze vraag te geven zal ik een aantal aspecten uit het eerste hoofdstuk van Jane Roscoes en Craig Hights boek Faking it kiezen en uitlichten.

Allereerst is het belangrijk om zich te realiseren dat documentaires vooral een pretentie hebben tot het verbeelden van de wereld op een pure, ongemedieerde manier. Dat komt onder andere tot stand door het nog steeds bestaande geloof van ‘the camera does not lie’ (Roscoe & Hight 2001: 11). Deze ideeën over documentaire zijn echter constructies. Een objectieve weergave van de wereld is onmogelijk. De positionering van de camera, de selectie van de scènes die in de uiteindelijke documentaire terechtkomen, de selectie van achtergrondmuziek of de vragen aan een geïnterviewde zijn allemaal gemaakt door personen die bepaalde opvattingen en doelen hebben. Meestal treden de makers echter in de achtergrond, waardoor men niet te weten komt wie ze zijn en hun aanwezigheid vergeet.

Ook al is men zich bewust dat de realiteit in documentaires geconstrueerd is blijven documentaires streven naar toegang tot ‘realiteit’: ‘the stance that documentary takes toward the social world is one that is grounded on the belief that it can access the real’ (Roscoe & Hight 2001). Voor wat betreft de concrete uitwerkingen van dit streven claimen Roscoe en Hight dat realisme ‘works to make arguments more believable’ (Idem: 12). Bovendien kan het ook ideologien verhullen: ‘[realism] …tends to render representations as ideologically neutral’ (Ibidem).

Vaak worden documentaires met hun claim ‘de waarheid’ te verbeelden als tegenstander van fictie beschouwd. Ze hebben echter ook overeenkomsten met fictionele media, doordat ze soortgelijke ‘codes and conventions’ (Roscoe & Hight 2001: 8) gebruiken als fictie. Voorbeelden zijn het gebruik van close-ups om de kijker emotioneel betrokken te maken of het gebruik van muziek. Ze hermediëren als het ware het medium film.
Tegelijkertijd worden documentaires vaak geassocieerd met wetenschap. Net als wetenschappers legt de documentaire de nadruk op ogenschijnlijk objectieve feiten. Bovendien hanteren veel documentaires een soortgelijke werkwijze als wetenschap: ze identificeren een probleem of stellen een hypothese op, verzamelen en analyseren data en komen tot een resultaat (Roscoe & Hight 2001).

Een documentaire bestaat niet alleen uit het filmische materiaal. Om alle kanten van een documentaire te kunnen analyseren halen Roscoe & Hight een driedeling van Bill Nichols aan: de context van de productie, de tekst en het publiek. De context van de productie heeft betrekking op de makers van een documentaire en op de conventies en discourses waarin ze opereren. De tekst heeft betrekking op het filmische materiaal en op stilistische middelen die vaak worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld het aanhalen van experts of het tonen van zwart-wit-beelden. Doordat deze middelen zo vaak worden ingezet werken ze als immediacy: de kijkers nemen ze nauwelijks meer waar. Het laatste punt, het publiek, heeft betrekking op hoe het publiek naar documentaires kijkt. (Roscoe & Hight 2001)

Tot slot beschrijven Roscoe & Hight vijf ‘modes of representation’ die door Nichols geïdentificeerd zijn: expositional mode, observational mode, interactive mode, reflexive mode en performative mode (Roscoe & Hight 2001: 18). Deze modi geven aan op welke manier een documentaire zijn onderwerp benadert. Ik zal hier alleen even ingaan op de expositional mode omdat de documentaires over Che Guevara grotendeels bij deze modus horen. In expositional documentaires wordt meestal de nadruk gelegd op ‘feiten’ en argumenten met als doel de kijker van een standpunt te overtuigen, terwijl de maker volledig op de achtergrond blijft. Daardoor lijkt een expositional documentaire vaak objectief. Tegelijkertijd wordt geprobeerd om de documentaire spannender te maken door het gebruik van stilistische middelen die normaliter vaak in fictie in worden gezet. (Roscoe & Hight 2001).

In de volgende bijdragen ga ik de drie documentaires analyseren die ik heb gekozen. In de afzonderlijke onderdelen zal ik vooral ingaan op aspecten die specifiek zijn voor de geanalyseerde documentaire. Aspecten die in meer dan een documentaire terugkomen zal ik in het concluderende gedeelte bespreken.

Ga verder naar: 1: El Che – Investigating a legend

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s