Hermediaties en ‘Immediacy’ versus ‘hypermediacy’

Wanneer het ene medium een bepaalde formele eigenschap overneemt van een ander medium, noemen we dit een hermediatie. Pure media bestaan niet; ieder medium is een hermediatie te noemen, omdat het altijd sporen bevat van-, voortborduurt op- en in dialoog is met- andere media (Bolter&Grusin 1999). In de volgende onderdelen zal worden ingegaan op de mate waarin er in de beeldverhalen sprake is van hermediëring. Vervolgens zal worden ingegaan op de vraag in hoeverre de graphic biographies ‘immediate’ en ‘hypermediate’ te noemen zijn.

Hermediaties in de graphic novels
Beide graphic novels verwijzen naar andere media zoals film, fotografie, televisie, kranten, toespraken, dagboeken en de iconografie. Echter, niet al deze media worden gehermedieerd in de graphic novels: sommige worden slechts gebruikt als bron, of om te laten zien dat de personages in het beeldverhaal brieven schrijven of televisie kijken. De icoon van Che zoals wij het kennen, komt in beide romans voor (zie bijvoorbeeld figuur 4). Echter, binnen de wereld die Rodriguez schept, is er een ander icoon ontstaan, namelijk een icoon van het personage Che zoals deze bestaat in het beeldverhaal zelf. Dit is naar mijn mening een leuke, zelfreflexieve knipoog. Maar het gaat hier niet om een hermediatie.

Figuur 5: Het icoon in de graphic novel (Jacobson&Colón 2009: 79)

‘It was inevitable that the comic strip, a pictorial method of expression, would one day realize its kinship with the cinema and borrow some of its techniques, adapting them for its own particular use.’ (Couperie 1968: 183)

Opvallende hermediaties binnen beide graphic novels zijn die van het medium film, waarvan karakteristieke eigenschappen zijn verwerkt binnen het beeldverhaal. Er wordt geregeld rechtstreeks verwezen naar filmische elementen en kunstgrepen zoals het ‘over the shoulder shot’ (figuur 1), het gebruik van close-ups (figuur 5) en voyeuristische shots (Rodriguez 2008: 6). Vooral Rodriguez heeft zich flink beziggehouden met het hermediëren van film in zijn beeldverhaal. Ook het voorbeeld met de stoomtrein (figuur 2) kan opgevat worden als een verwijzing naar de allereerste film waarvoor toeschouwers zouden zijn gevlucht. Tegelijkertijd kan deze afbeelding gekoppeld worden aan de windowed style van het internet. Het beeldverhaal zou zich echter niet geheel kunnen vormen naar de formele eigenschappen van het internet, in die zin dat het gebonden is aan de beperkingen en omgangsvormen van het papieren medium dat bestaat uit analoge tekst en beeld. Om het verhaal te kunnen begrijpen is er maar één mogelijke volgorde van lezen, en er is bijvoorbeeld geen actieve participatie van de lezer mogelijk.

Figuur 6. Close-up in Jacobson&Colón (2009 : 39)

Onder het kopje Vergelijking van de twee graphic novels is al gebleken dat de politieke personages in Jacobson&Colón qua uiterlijk goed overeen komen met hoe wij ze kennen via journalistieke media als het nieuws op televisie en in fotografie. Google je een leider die in het beeldverhaal voorkomt, dan is de kans groot dat je een precies gelijkende afbeelding tegenkomt. De tekenaar moet haast wel gebruik hebben gemaakt van Google, of in ieder geval van het internet, bij het maken van de afbeeldingen. Het internet heeft op zijn beurt onder andere weer de journalistieke fotografie gehermedieerd. Ook landkaarten zijn gehermedieerd binnen het beeldverhaal van Jacobson&Colón.

Figuur 7. Hermediatie van landkaarten en gelijkenis historische personen (Jacobson&Colón 2009: 34)

‘Immediacy’ versus ‘hypermediacy’
Een aan de cinematografie ontleend ‘over the shoulder shot’ heeft in een beeldverhaal niet hetzelfde effect op de lezer als op de toeschouwer bij een bioscoopfilm. Hier komen de termen ‘Immediacy’ en ‘hypermediacy’ om de hoek kijken (Bolter&Grusin 1999). Door de dominantie van de vorm waarin de graphic novels zijn gegoten, die een heel eind af staat van de ‘echte’ wereld, wordt de lezer niet zo gemakkelijk het verhaal ingezogen en wordt de aanwezigheid van het medium constant benadrukt. Er bestaat geen illusie van een rechtstreekse (her)beleving van de omschreven gebeurtenissen. Door de dominante aanwezigheid van de vorm ontstaat er een blokkade, en dus is er sprake van een hoge mate van ‘hypermediacy’. Het beeldverhaal wekt niet de illusie op van een transparant, ‘immediate’ medium, zoals een bioscoopfilm waar de toeschouwer zich op een ‘natuurlijke’ manier door kan laten meeslepen.

In de biografische beeldroman van Jacobson&Colón is, zoals al naar voren kwam in het onderdeel Vergelijking van de twee graphic novels, meer geëxperimenteerd met de vorm. Dit zorgt dan ook voor een hogere mate van hypermedialiteit, bijvoorbeeld wanneer niet altijd duidelijk is welke leesrichting de lezer dient aan te houden. Rodriguez maakt de lezer op zijn beurt een paar keer letterlijk bewust van het feit dat er een auteur aanwezig is, wat eveneens zorgt voor het benadrukken van de aanwezigheid van het medium. Toch is de versie van Rodriguez, ondanks de zwart-witte stijl, gemakkelijker te verteren en vergeet de lezer eerder dat hij of zij een beeldverhaal voor zich heeft dan bij Jacobson&Colón het geval is. In die zin is het beeldverhaal van Rodriguez dus eveneens ‘immediate’ te noemen. Voor beide biografieën geldt dat het narratief in principe te volgen is, en er wel degelijk sprake is van een bepaalde mate van inlevingsvermogen in de persoon Che. Tegelijkertijd lijkt het ‘looking at’ meer van toepassing te zijn dan het ‘looking trough’.

Ga verder naar: Conclusie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s